De eerste auto’s in Edegem

In 1895 komt toekomstig burgemeester Clément Segers in Edegem wonen. Hij is een moderne jongeman en is er vroeg bij als het over auto’s gaat: hij bezit de eerste auto in Edegem, met nummerplaat 55.

De eerste auto “Vincke”

In 1894 wordt in Mechelen, in een werkplaats voor treinen, de eerste auto uit België gemaakt: de Vincke. Het bedrijf werd in 1876 opgericht door Nicolas Vincke, die tot 1905 het hoofd boven water kan houden, daarna stopt de autoproductie.

De familie Segers in de “Vincke”.

We zien hier Clément met zijn echtgenote en twee kinderen, Louis (geboren februari 1896)  en Marie (geboren februari 1897).  Het zoontje Louis rechts de foto lijkt niet meer dan drie jaar oud, het dochtertje staat en is dus meer dan één jaar oud. De foto dateert dus van midden 1898 of anders van eind 1899, na de geboorte van zoon Clément in april 1899. Het model van de wagen kan dus een “Vincke Kaleshe” uit 1895 zijn, het lijkt enigszins op een “Vincke Victoria” uit 1898 maar dan met kleine voorwielen.

Dit is dus de eerste auto in Edegem. Volgens de “Annuaire Général de l’Automobilisme Belge” uit 1907 (uitgegeven door de verzekeraar Alfred Monet te Brussel) was de enige andere inwoner van Edegem met een auto de heer Paul de Puydt, scheikundig ingenieur, die in de Boerenlegerstraat 21 woonde, maar die heeft een nummerplaat 6877. (In 1907 is Segers al aan zijn vierde auto!)

Uittreksel uit Annuaire Général de l’Automobilisme Belge van 1907.

Op 10 oktober 1900 verkoopt Segers de wagen met nummerplaat 55. Op het bewijsje is vermeld dat het een “Vincke” is. Kennelijk blijft de nummerplaat op de wagen bij verkoop, maar is ze wel verbonden aan de persoon, want de koper neemt alle verantwoordelijkheid voor het gebruik van de nummerplaat op zich.

Auto 2 en 3: “de Dion-Bouton”

De “De Dion-Bouton vis-à-vis” na 1900

Een “de Dion-Bouton vis-à-vis” was de tweede wagen (stond zo achteraan deze foto geschreven). Op de foto van een uitstap naar Rijkevorsel met deze auto zit aan het stuur Clément Segers, naast hem zijn echtgenote en over hem Louis Hellemans, de gemeentesecretaris van Edegem. De vierde passagier is onbekend. Wellicht was Segers toen al burgemeester.

De “de Dion-Bouton” 3.5-HP vis-à-vis, ook genoemd “La Petite Voiture” was een kleine vier­persoonswagen, waarin twee passagiers met hun rug naar de rijrichting zaten, zoals in een koets. Deze Franse “voiturette” kwam in 1899 op de markt. In 1902 waren er al 2970 exemplaren van gebouwd. De auto had een eencilinder benzinemotor achterin met een tweeversnellingsbak en de gepatenteerde “de Dion” achteras met differentieel. In de eerste modellen type D werd de koppeling bediend door een wiel en werd er gestuurd met een hendel, zoals ook op de foto’s te zien is.

Een de Dion-Bouton met voorste zitjes in de rijrichting. Nummerplaat 3409 (Bron: Michel Segers)

Bovenstaande foto met Segers op de treeplank, is genomen tijdens een familieuitstap. De nummerplaten (grote aan de rechterzijde en een kleine aan de linkerzijde) zijn identiek aan die van de eerste foto. De nummerplaat draagt het nummer “3409”. Merkwaardig is echter dat de voorste passagiers in de rijrichting zitten.

De Dion-Bouton vis à vis nummerplaat 1732 (Bron: Michel Segers)

De derde foto met zulke wagen is genomen bij paters (op de achterzijde suggereert men te Westmalle). Deze wagen heeft een gesloten zetel aan de voorzijde, en heeft een nummerplaat “1732”. Waarschijnlijk had Segers twee “De Dion-Bouton” , aangezien de Germain als wagen vier bestempeld wordt.

Vierde auto “Germain”

De vierde wagen, “Germain” met Clément Segers en Fernand Verougstraten (bron: Michel Segers)

Bij deze foto staat op de achterzijde dat het de vierde wagen is. Het merk “Germain” is van Waalse oorsprong, en komt voort uit de “Société anonyme des ateliers Germain” te Monceau-sur-Sambre. Er werden zowel auto’s als spoorwegmateriaal gebouwd. Voor 1903 werkte men in licentie van Daimler en Panhard, daarna had men een eigen product.

Auto nummer 5: Hermes HISA

Rijbewijs dd. 9 juli 1910. (Bron: Michel Segers)

In 1910 is er een attest dat de nummerplaat 10373 toebehoort aan de heer Clément Segers. Hij woont dan in de “Contichsche straat 31” te Edegem. De familie bewaart nog een attest van april 1914 dat toont dat Segers autobelasting betaalde voor een Hermes H.I.S.A. uit 1908 met nummerplaat 10373, een donkerblauwe half-limousine met zes plaatsen en een viercilindermotor (diameter 100 mm, slaglengte 120 mm, dus een 3,77 liter motor, met maximum toerental van 1000 omwentelingen per minuut) met 20 pk vermogen. Daarvan is geen afbeelding. Als adres geeft hij op “Dorpstraat 26” te Edegem.

Bronnen

De eerste bron voor dit artikel is de heer Michel Segers, die de foto’s en documenten over zijn grootvader aan het Historisch Archief bezorgde. Verder bronnen:

Edegem, 13 juni 2022
Erik Laforce





De school stond op het kerkhof

Op het kerkhof 1611 – 1845

In 1611 wordt op het kerkhof een gemeentelijk schoolgebouwtje gezet tegen de Sint-Antoniuskerk aan. Voor die tijd gaf de koster-schoolmeester meestal les bij hem thuis. In 1613 telt men 50 leerlingen. Het schoolgebouwtje wordt dikwijls hersteld, in 1626 wordt het beschadigd door de Kroaten. In 1720 krijgt het een nieuw dak met 2500 schalies. Rond 1750 blijken er zoveel kinderen naar school te komen dat het gebouwtje te klein wordt. Rond 1766 wordt het schooltje wat vergroot.

In de Franse tijd (1796-1815) verandert er niet veel, in de Nederlandse tijd (1815-1830) worden er verbeteringen aan het schoolgebouw uitgevoerd. In de zes zomermaanden kwamen de kinderen niet naar school: ze werkten mee op de boerderij. In 1828 waren er in de winter 112 kinderen op school.

In 1830 wordt Frans De Laet schoolmeester met twee klassen. De Laet  klaagt over de ligging van zijn schoolgebouw op het kerkhof.  De kinderen die op het kerkhof spelen verstoren de rust en dit is een probleem voor gemeentebestuur en pastoor. Bovendien is de school veel te klein: het gebouwtje is 7 m op 7 m groot, te klein voor de meer dan 100 kinderen. Men denkt er aan een gebouw op te richten voor de school en gemeentehuis en woning van de onderwijzer. Maar tientallen jaren gebeurt er niets.

Door de verbreding van de kerk met smalle zijbeuken tussen 1850 en 1860 en de vergroting ervan in 1888 is er nu geen spoor meer waar dit schooltje juist lag.

Hoek Boerenlegerstraat en Strijdersstraat

Plan verbouwing De Laet in 1845 (naar Kadaster, mutatieschetsen 1846)

In 1845 kreeg onderwijzer en gemeenteontvanger Frans De Laet toestemming om op zijn eigen grond (percelen C 328, 329 en 330) een huis en school te bouwen, zowat 140 m² groot. (Nu BNP_Fortis bank) In dat nieuwe gebouw mocht hij dan in november 1845 de gemeenteschool houden. Schrijftafels, banken en werden voorzien door de gemeente.

Even bij meester Van Ael thuis 1855-1860

In 1855 neemt De Laet ontslag, zijn opvolger is meester Gommaar Van Ael. De Laet wil de school uit zijn huis en dus moet Van Ael bij hem thuis school houden. Zodoende zijn er in 1857 weer plannen voor een gemeentehuis, gecombineerd met school, want de woning van schoolmeester Van Ael is veel te klein om dienst als schoollokaal te blijven doen. Men kijkt eerst naar de oude pastorij in de Terelststraat (Hof ter Elst), maar die is te bouwvallig hiervoor.

Dorpschen Steenweg (Hovestraat) 1860-1900

Daarom koopt de gemeente het perceel C 336i in 1858, (400 m² volgens de kadastrale legger) aan de zuidzijde van de Dorpschen Steenweg om school en raadhuis op te richten. De school komt er maar als gemeentehuis wordt het gebouw (7 m x 14 m)  niet gebruikt. In mei 1861 koopt men nieuwe schoolmeubelen. De school lag waar nu het oud gemeentehuis staat.

Zo zag het huidige gemeenteplein er uit tussen 1865 en 1870 (Popp)
Gemeenteschool tussen 1860 en 1900, aan Hovestraat

Even terzijde: de vrije katholieke jongensschool.
Op 1 juli 1879 wordt de nieuwe schoolwet van de liberale regering gestemd, waarbij elke gemeente verplicht is ten minste één officiële, onzijdige school te bezitten, voor jongens en meisjes. De katholieke reactie daarop is de start van een “vrije katholieke jongensschool” op 1 oktober 1879 met onderwijzer-koster J.L. Hellemans,  in een huis met trapgeveltje van de baron in de Molenstraat (nu Drie Eikenstraat 59). Na de verkiezingen van 1984 wordt deze schoolwet teruggedraaid en de vrije school kan gesloten worden. Hellemans wordt dan gemeentesecretaris.

Kontichstraat 1900-1972

In 1898 blijkt de school na veertig jaar te klein en vervallen te zijn. De gemeente koopt een grond aan de Kontichstraat (C344k) van 1525 m² en bouwt er een ommuurde school. Het hoofdgebouw is 7,8 m breed en 33,9 m lang. Het schooltje uit 1858 wordt in 1907 afgebroken.

Plan van de nieuwe school (uit kadasterschetsen)

De school heeft eindelijk haar definitieve plaats. Nochtans heeft het gebouw op dat ogenblik alleen maar een benedenverdieping. Aan de deur staat Meester Richard Goossens, dus dateert de foto van voor 1916.

De gemeentelijke jongensschool voor 1916. Links de Kontichstraat.

In 1922 wordt een tweede verdieping gebouwd, 5 extra klassen. De plaveien op de speelplaats komen er in 1927. In 1937 worden de kachels vervangen door centrale verwarming.

1923 of 1926: Driejaarlijkse tentoonstelling van de Tuin- en Landbouwmaatschappij op de speelplaats (zonder plaveien). Rechts het schoolgebouw met verdieping.
Tentoonstelling in 1929. Plaveien op de speelplaats, maar nog geen lokalen links. Naast de school een tuin, daarachter de huizen in de Trooststraat.
Ontwerp bijgebouwen uit 1931. Op de foto uit 1932 zien we ze iets anders uitgevoerd.
1932: Tentoonstelling van de Tuin- en Landbouwmaatschappij op de speelplaats. Achteraan de poort en de huisjes op de Kontichstraat. Merk de burelen voor de directeur en het medisch toezicht links.

Een zijsprong: de tweede gemeenteschool in de Drie Eikenstraat
Wegens de groeiende schoolbevolking wordt reeds in 1931 een school op Molenveld gepland aan de Drie Eikenstraat. Ze wordt gebouwd in 1936, in 1937 beginnen de lessen, met matig succes: in 1939 slechts 72 leerlingen. Na WO2 moet men stoppen wegens te weinig belangstelling. De gebouwen worden sinds 1965 gebruikt voor de Sint-Jozefparochie. (De Schrans)

In de foto uit de film van de verkeerstelling van 1957 zie je links herberg “Oud Edegem” in aanbouw, rechts zie je de muur en de poort van de jongensschool. Rechts van “Oud Edegem” ligt de Kapel, de huizen tussen kapel en schoolmuur zijn afgebroken als het administratief centrum wordt gebouwd.

Beeld uit 1957 met rechts de schoolmuur en de schoolpoort.

Uitbreiding Andreas Vesalius 1973-1976

Op 5 juli 1973 keurt de gemeenteraad een voorontwerp tot uitbreiding van de Gemeenteschool goed. In november het definitief ontwerp, met een turnzaal, vijf klassen, alles gebouwd achter de kapel van O.L.V-Troost-in-Nood. Eind 1974 worden ook vier klasjes in prefab besteld, omdat de nood aan klassen zo acuut was en in april 1975 zijn de eerste twee ervan klaar. Minister Tindemans legt de eerste steen voor de de nieuwe school op 21 juni 1975. In april 1976 is de nieuwe vleugel klaar. Daarna wordt ook nog het pleintje aan de straatkant en een basketterrein aangelegd. Al deze onderdelen zijn goed te zien op onderstaande luchtfoto.

Luchtfoto rond 1980

Uitbreiding 1987-1990

Door de goede naam van de school komen er steeds meer leerlingen, dus moet er een nieuwe vleugel komen, met daarin vier klassen, 2 polyvalente ruimten, bergingen en sanitair. Daarvoor moet het basketveld wijken.

De nieuwe vleugel uit 1990

Verbouwingen 1993-1995

Het oude oorspronkelijke schoolgebouw uit 1900/1922 is versleten en moet vervangen worden. Het wordt eind 1993 afgebroken en er komt een nieuwe vleugel met eetzaal, klassen, kantoren, computer en mediaklas.

Afbraak oude schoolgebouw eind 1993

En dit is het resultaat:

De nieuwe vleugel met eetzaal.

Uitbreiding met kleuterschool 2015-2017

Omdat de school uit zijn voegen barst sinds de start van de kleuterschool is weer eens een uitbreiding nodig vanaf 2009. Gronden in de Boerenlegerstraat en de schietstand werden aangekocht. Aan de Boerenlegerstraat komt een nieuwe kleuterschool met 8 klassen, docentenlokaal, polyvalente turnzaal en refter. Aansluitend is er een overdekte en een open speelplaats voorzien voor de kleuters. Aan de schietstand wordt de lagere school uitgebreid met enkele klassen en een bijkomende speelplaats. Zo kunnen de prefab klassen uit 1976 afgebroken worden.
En dat is het slot van een 600 jaar lang verhaal van bouwen en verbouwen.

Zo ziet in 2018 de lagere school er uit: links de uitbreiding, fietsenstalling, extra speelplaats, rechts zijn de prefab klassen weg. Bovenaan de kleuterschool. (bron: Google Earth)

Bronnen

De meeste informatie komt uit de “Geschiedenis van Edegem” door prof. R. Van Passen uit 1973. Voor de naoorlogse periode werd geput uit het Gemeentelijk Informatieblad. Verder werden afbeeldingen uit het HAEE gebruikt en uit het archief van de gemeente Edegem bij het Rijksarchief Antwerpen.

Erik Laforce, Edegem 2 juni 2022

Barakken in Edegem

De barakken van het Koning Albertfonds (KAF)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden in het oorlogsgebied grote verwoestingen aangericht, dikwijls is de bevolking er verdreven. Na de oorlog moeten de bewoners kunnen terugkeren, maar dat kan niet zonder de huisvesting te herstellen.  In 1916 werd met dat doel het Koning Albertfonds (KAF) opgericht. Maar tegen 1918 was daar nog niets van operationeel en gefinancierd. Er was een ook groot tekort aan transportmiddelen en bouwmaterialen, met name hout.

Twee modellen van KAF-barakken. (Bron: barak aan voet IJzertoren, foto EL)

Ingenieur F. Zanen en architect Raymond Moenaert hadden demonteerbare houten woningen ontworpen, een soort bouwpakketten, in vier maten: 4 m x 4 m, 6 m x 6 m, 6m x 9 m en 9 m x 9 m, eventueel met een aanleunend schuurtje. De wanden bestaan uit verschillende geprefabriceerde kaders van 150 cm breedte, al dan niet met een deur of een smal of breed venster. Ook de zijkanten van het dak bestaan uit standaard kaders. De wanden werden op een vooraf gemetselde fundering geplaatst. Zo konden geschoolde werklui in één dag een barak bouwen.

Dwarsdoorsnede van KAP barak (Bron: barak aan voet IJzertoren, foto EL)

Er werd hout van militaire barakken of Canadees hout gebruikt, zodat men sprak over Canadese barakken. De bedoeling was 2000 van deze tijdelijke woningen klaar te hebben voor november 1919, maar men kwam nog niet aan de helft.

Woningnood in Edegem

In 1923 vraagt de gemeente Edegem bij het KAF zes barakken aan. Eerst was het de bedoeling die te plaatsen op de redoute 9 (zie blauwe zone op kruispunt van Adrien de Gerlachestraat – Omheiningslei – Justus Lipsiusstraat), maar die plaats was volgens de inspecteur van het KAF niet geschikt. De barakken worden dan in 1924 geplaatst op een terrein van het Edegems Bureel van Weldadigheid (voorloper van COO en OCMW), aan de oostelijke zijde van huidige Kladdenbergstraat (in rood aangegeven op het plan uit 1927).

Op de foto van de barakken en op de kadasterschets nummer 21 uit 1924 is te zien dat ze van het type 6 m op 9 m zijn, uitgebreid met een aangebouwd schuurtje van 3 m op 3 m en voorzien van een buitentoilet.

Foto vanaf de Drie Eikenstraat van de houten woningen. (Bron HAEE)

In 1926 werd het Koning Albertfonds opgedoekt en men vroeg de gemeentebesturen de woningen op hun grondgebied te kopen (voor 30.000 frank per stuk). Deden ze dat niet, dan werden de bewoners met uitdrijving bedreigd. In 1928 kochten een aantal gemeenten deze barakken voor een veel lager bedrag, Edegem deed dit in juni 1929 voor 40.000 frank.

De houten woningen blijven lang staan. In 1938 schrijft de eigenaar van Hof ter Elst, de heer Edmond Brasseur, aan het gemeentebestuur dat hij de afloop van het huishoudelijke water van de houten huisjes (langs de rand van zijn domein) als voorlopig beschouwd en dat hij omwille van de hygiëne niet wenst dat dit een erfdienstbaarheid zou worden. In de loop van 1942 werden de barakken afgebroken.

Barak te bezichtigen

Gereconstrueerde barak aan de voet van de IJzertoren te Diksmuide (Foto: EL)

Als men nu zo’n huisje wil zien, moet men in Diksmuide zijn. Daar staat aan de voet van de IJzertoren een barak van 6m op 6 m. Ze werd gebouwd door de leerlingen van het VTI te Diksmuide met het materiaal van drie originele barakken, de ramen werden in Canadese Oregon nagemaakt, zoals in de oude barakken. De foto van de soorten barakken en de dwarsdoorsnede komen uit de documentatie aan de muren van dit huisje. 

Bronnen
  • Vernimme, Nathalie. Omgaan Met Oorlogserfgoed. Vioe Handleiding 2. Brussel, 2010
  • Decoodt Hannelore. Beschermingsdossier: Houten noodwoning van het Koning Albertfonds, Zemst (Eppegem), Schoondonkstraat 5 – Monument. 2017
  • GOBYN R. 1985: De woningnood en het probleem van de voorlopige huisvesting in België na de eerste wereldoorlog. In: SMETS M. (red.), Resurgam. De Belgische wederopbouw na 1914. Tentoonstelling in Passage 44 Brussel van 27 maart tot 30 juni 1985, Brussel (pagina’s 169-187).
  • Het Nieuwsblad van 3 maart 2006.
  • Van Passen, R. Geschiedenis van Edegem. Edegem: 1974

Edegem, 20 januari 2022
Erik Laforce

Raadsel op het Verbindingsplein.

Het Verbindingsplein is een heel kort stukje van wat vroeger de Terelsstraat was, gelegen tussen de Leonardo da Vincilaan en de Verbindingsstraat. Omdat de bocht van de Oude Terelsstraat en het Verbindingsplein nogal onduidelijk is heeft men er een banaanvormige verkeersgeleider aangelegd. Er zijn twee licht verhoogde stukjes met kasseien, het doorrijdbare middenstuk is met rode klinkers gevuld.

Hoewel ze er al jaren liggen, op 30 m van mijn voordeur, kreeg ik vanmorgen pas in het oog dat de kasseien van deze berm geen gewone kasseien zijn. Zeker een derde ervan heeft een inscriptie “A LIFE” ingeslepen.

Detail van een kassei
De kasseien van de verkeersgeleiding

Van waar komen die kasseien? Wie houdt zich ermee bezig in straatstenen letters te graveren? Wat is de betekenis van “A LIFE”? Waren dit kasseien van een afgebroken kunstproject?

Uit de luchtfoto’s van Google Earth blijkt dat de verkeersgeleiding tussen 2004 en 2007 is aangelegd.

Juni 2004
april 2007

Dus vragen we uitleg aan de betrokken schepenen van openbare werken.

Oud-schepen van openbare werken Wim Verrelst (2007 – 2012) antwoordt dat dit van vóór zijn tijd is.

Zijn voorganger Joost Goris (1995 – 2006) kan er zich niets van herinneren. Hij vraagt zich af of de aannemer uit de gemeentelijke voorraad kasseien geput heeft of uit zijn eigen voorraad.

Bij de technische dienst van de gemeente weet een oudere medewerker dat deze verkeersgeleiding werd aangelegd door de firma Marcel Nijs. Meer info heeft men niet.

Marcel Nijs is in 2015 gefuseerd met DCA nv in Beerse. Daarom vroeg ik dit bedrijf of er een oudgediende van Nijs soms iets over deze zaak wist. Volgens Kris Grietens, hoofd van de afdeling “Uitvoering Infra” van DCA nv is er bij hen niets over geweten.

Op internet is evenmin iets te vinden. “A LIFE” is niet de meest handige zoekterm, ook niet in combinatie met “kunst/art”, “kassei/pavé/cobblestone” en dergelijke.

Dus al mijn hoop is gevestigd op U. Heeft U enige informatie, heeft U ook ergens een kassei met “A LIFE” gezien? Alle info is welkom op erfgoed@edegem.be.

Edegem, 31 oktober 2021
Erik Laforce

Het traliewerk van de begraafplaats

De lectuur van de besluiten van de Edegemse gemeenteraad levert soms verrassende inzichten.

Waarover gaat het?

Iedereen kent de ingang van de begraafplaats naast de ingang van de Grot in de Hovestraat. Tussen de hoek van de Hovestraat met de Dokter Frans Bernaertsstraat en de ingang van de grot ligt de (originele) ingang van de begraafplaats.

De grot werd in 1884 gebouwd, de begraafplaats achter de grot werd in 1916 aangelegd. Naast de grot loopt een weg van de Hovestraat tot achter de grot en die toegangsweg werd afgesloten door een hek en een poort.

Plan begraafplaats, grot en O.L.Vrouw-van-Lourdeskerk in 1933

In de jaren 1930 (de elektrische straatlantaarn achter het meisje werd er in 1931 geplaatst) zag de Hovestraat er nog zo uit, er was toen nog geen Dokter Frans Bernaertsstraat, maar een tuin.

Links hek, poort en hek van de begraafplaats, rechts hekken en poort van de grot.

Verschillen tussen hek en poort

Bij nadere inspectie valt op dat de poort en het hek van een andere stijl zijn.

De poort heeft spijlen met bovenaan een speerpunt die uit een bloemkelk komt, ook zo voor de kolom die de poort draagt.

Poort van de begraafplaats
Detail van de poort

Het hek heeft een rij met andreaskruisen en een bloemmotiefje, daarboven een speerpunt boven een ronde knop. Ook de bijhorende kolommen hebben een ronde bol bovenaan.

Het hek van de begraafplaats

De afsluiting van de begraafplaats lijkt ook niet op de oudere afsluiting van de grot.

Tweedehands hek

De uitleg van die verschillen is simpel (als je het eenmaal weet). Door de benarde financiële situatie van de gemeente wegens de voedselaankopen tijdens de Eerste Wereldoorlog kon de gemeente zich in 1916 geen nieuw hek veroorloven. Het hek is een tweedehands hek uit Oude-God en de poort is een koopje gevonden bij een eigenaar uit Edegem.

Op de gemeenteraad van 14 februari 1916 worden de leden gevraagd om eens te gaan kijken bij de aannemer De Backer [1] te Mortsel naar een goede ijzeren traliewerk, voordelig in prijs, en naar een ijzeren poort die er in Edegem zou zijn, men moet nog uitzoeken juist bij wie. Bijgevolg wordt dit punt van de agenda naar later verschoven.

Op de gemeenteraadszitting van 22 maart 1916 wordt er besloten voor de afsluiting van de ingang van de begraafplaats twee aankopen te doen:

  1. Traliewerk bij de heer Jos De Backer- Van Zeeland:

– Twee vakken van een ijzeren “grillie” (traliewerk) staande thans aan de oude jongensschool [2] te Oude-God, lang circa 4 meter en 1,65 m hoog;
– Twee ijzeren kolommen hoog circa 1,80 m;
– Twee arduinen plinten van corresponderende lengte, 0,50 m hoogte en 0,20 m dik
– Twee arduinen “bocht” onder de kolommen, 0,30 x 0,30 x0,50
Al deze stukken aan de voet van het werk geleverd te Edegem voor 170 frank contant.


2. Een poort te verkrijgen bij Theodoor Andries
[3] (Oud Steengelaag 1) te Edegem, met een opening van bijna 3 meter, te koop voor 65 frank. De poort heeft een tamelijke overeenkomst met het traliewerk en is in goede staat, behalve het slot. Ze moet afgebroken en gehaald worden. De gemeenteraadsleden kennen die poort wel.

Het meest rechtse huis van deze groep was van de familie Andries-Donckers.

Erik Laforce, Edegem 1 oktober 2021

[1] Josephus Benedictus de Backer (23 september 1867, Mortsel – 8 oktober 1934, Mortsel) (fs Marcus de Backer 1844-1904 & Barbara Paulina Elisabeth de Rooij 1845-1925). Gehuwd met Maria-Hermina van Zeeland (1864-1952) op 21 juni 1892, Antwerpen. Getuigen bij het huwelijk zijn haar twee broers die loodgieter zijn, Guilielmus Juchem-De Rooy, bloemist en Felix De Rooy, aannemer, beiden oom van de bruidegom allen uit Mortsel.

[2] In de “Geschiedenis van Mortsel” van H. Dierickx uit 1961 is er geen school terug te vinden die aan deze benaming voldoet. In Oude-God was er enkel de jongensschool in de Eggestraat. De enige school die afgebroken werd in 1913 was de oude meisjesschool in Mortsel-Dorp.

[3] De familie Andries-Donckers was eigenaar van het perceel aan Molenstraat bij de Drij Eiken [3], het vierde huis voorbij de brug over de spoorweg. Deze huizen werden afgebroken bij de aanleg van de E19.Drij Eiken, sectie C nummer 116g, bouwland 3225m² en een huis C116q van 180m² in 1907.