Barakken in Edegem

De barakken van het Koning Albertfonds (KAF)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden in het oorlogsgebied grote verwoestingen aangericht, dikwijls is de bevolking er verdreven. Na de oorlog moeten de bewoners kunnen terugkeren, maar dat kan niet zonder de huisvesting te herstellen.  In 1916 werd met dat doel het Koning Albertfonds (KAF) opgericht. Maar tegen 1918 was daar nog niets van operationeel en gefinancierd. Er was een ook groot tekort aan transportmiddelen en bouwmaterialen, met name hout.

Twee modellen van KAF-barakken. (Bron: barak aan voet IJzertoren, foto EL)

Ingenieur F. Zanen en architect Raymond Moenaert hadden demonteerbare houten woningen ontworpen, een soort bouwpakketten, in vier maten: 4 m x 4 m, 6 m x 6 m, 6m x 9 m en 9 m x 9 m, eventueel met een aanleunend schuurtje. De wanden bestaan uit verschillende geprefabriceerde kaders van 150 cm breedte, al dan niet met een deur of een smal of breed venster. Ook de zijkanten van het dak bestaan uit standaard kaders. De wanden werden op een vooraf gemetselde fundering geplaatst. Zo konden geschoolde werklui in één dag een barak bouwen.

Dwarsdoorsnede van KAP barak (Bron: barak aan voet IJzertoren, foto EL)

Er werd hout van militaire barakken of Canadees hout gebruikt, zodat men sprak over Canadese barakken. De bedoeling was 2000 van deze tijdelijke woningen klaar te hebben voor november 1919, maar men kwam nog niet aan de helft.

Woningnood in Edegem

In 1923 vraagt de gemeente Edegem bij het KAF zes barakken aan. Eerst was het de bedoeling die te plaatsen op de redoute 9 (zie blauwe zone op kruispunt van Adrien de Gerlachestraat – Omheiningslei – Justus Lipsiusstraat), maar die plaats was volgens de inspecteur van het KAF niet geschikt. De barakken worden dan in 1924 geplaatst op een terrein van het Edegems Bureel van Weldadigheid (voorloper van COO en OCMW), aan de oostelijke zijde van huidige Kladdenbergstraat (in rood aangegeven op het plan uit 1927).

Op de foto van de barakken en op de kadasterschets nummer 21 uit 1924 is te zien dat ze van het type 6 m op 9 m zijn, uitgebreid met een aangebouwd schuurtje van 3 m op 3 m en voorzien van een buitentoilet.

Foto vanaf de Drie Eikenstraat van de houten woningen. (Bron HAEE)

In 1926 werd het Koning Albertfonds opgedoekt en men vroeg de gemeentebesturen de woningen op hun grondgebied te kopen (voor 30.000 frank per stuk). Deden ze dat niet, dan werden de bewoners met uitdrijving bedreigd. In 1928 kochten een aantal gemeenten deze barakken voor een veel lager bedrag, Edegem deed dit in juni 1929 voor 40.000 frank.

De houten woningen blijven lang staan. In 1938 schrijft de eigenaar van Hof ter Elst, de heer Edmond Brasseur, aan het gemeentebestuur dat hij de afloop van het huishoudelijke water van de houten huisjes (langs de rand van zijn domein) als voorlopig beschouwd en dat hij omwille van de hygiëne niet wenst dat dit een erfdienstbaarheid zou worden. In de loop van 1942 werden de barakken afgebroken.

Barak te bezichtigen

Gereconstrueerde barak aan de voet van de IJzertoren te Diksmuide (Foto: EL)

Als men nu zo’n huisje wil zien, moet men in Diksmuide zijn. Daar staat aan de voet van de IJzertoren een barak van 6m op 6 m. Ze werd gebouwd door de leerlingen van het VTI te Diksmuide met het materiaal van drie originele barakken, de ramen werden in Canadese Oregon nagemaakt, zoals in de oude barakken. De foto van de soorten barakken en de dwarsdoorsnede komen uit de documentatie aan de muren van dit huisje. 

Bronnen
  • Vernimme, Nathalie. Omgaan Met Oorlogserfgoed. Vioe Handleiding 2. Brussel, 2010
  • Decoodt Hannelore. Beschermingsdossier: Houten noodwoning van het Koning Albertfonds, Zemst (Eppegem), Schoondonkstraat 5 – Monument. 2017
  • GOBYN R. 1985: De woningnood en het probleem van de voorlopige huisvesting in België na de eerste wereldoorlog. In: SMETS M. (red.), Resurgam. De Belgische wederopbouw na 1914. Tentoonstelling in Passage 44 Brussel van 27 maart tot 30 juni 1985, Brussel (pagina’s 169-187).
  • Het Nieuwsblad van 3 maart 2006.
  • Van Passen, R. Geschiedenis van Edegem. Edegem: 1974

Edegem, 20 januari 2022
Erik Laforce

Duitse duiven

Duiven en dood, het doet me steeds denken aan Toon Hermans, met zijn sketch over de auditie van een goochelaar: duif is dood.

Maar in 1914 waren de Duitse Duiven,  de “Tauben” echt wel de voorbode van de dood. Je moet maar eens komen luisteren naar de nocturnes in Fort 5 die ondertussen aan hun laatste seizoen zijn begonnen.

1914: De Duitsers rukken op naar Antwerpen. Fort 5 maakt zich klaar om de stad te beschermen. De situatie lijkt hopeloos. De Duitse troepen zijn al in Kontich. Een Taube werpt briefjes uit om iedereen aan te manen zich over te geven…

Toen ik het verhaal hoorde, vroeg ik me af waarom men “Taube” zei in plaats van “vliegtuig” of “Flugzueg”. Onderstaande beelden verklaren dit….

 

De Oostenrijkse Taube was onmiddellijk herkenbaar aan zijn vogelachtige vleugels. Het vliegtuig was afgeleid van het Etrich-Wels zweefvliegtuig uit 1907. Het werd gebouwd door Rumpler. Het werd gebruikt als verkenningsvliegtuig, maar was te traag voor een gevechtsvliegtuig.  Lees meermeer.

Wil je de sfeer van oktober 1914 ervaren? Ga mee op tocht met de historische gidsen van Erfgoed Edegem en laat je honderd jaar terugvoeren. Je beleeft het verhaal van Commandant André tijdens zijn laatste dagen in Fort 5, vlak voor de overgave van Antwerpen aan het Duitse leger.

Wanneer? Zaterdag 16 december 2017 om 20 uur
Waar? Fort 5, start aan de ingang Vestinglaan
Prijs? 5 euro
Tickets? www.edegem.be/tickets of aan de balie  gemeentehuis, Gemeenteplein 1, Edegem

Volgende nocturnes op zaterdag 20 januari, 17 februari en 17 maart 2018.