Ode aan Brialmont

In haar masterproef[i] over de Antwerpse fortengordel gaf Mieke Nagels ons enig inzicht over de manier waarop Brialmont de fortengordel ontwierp. Wat zij schreef over de historiek en de strategie die eraan te pas kwam, was mij al bekend. Toch waren er enkele nieuwe inzichten die ook interessant zijn voor de Historische Gidsen van Erfgoed Edegem. Ik tracht hiermee te bewijzen dat Brialmont een strateeg was met een visie op de toekomst.

Even ter herinnering. Het doel van de fortengordel was tweeërlei. (1) Antwerpen moest een bolwerk worden tegen de Franse agressie. Een bolwerk dat een belegering kon doorstaan tot er (buitenlandse) hulp kwam opdagen. (2) Om de stad te vrijwaren van vijandelijk geschut, moest de buitenste verdedigingslinie minstens vier kilometer van de stad verwijderd liggen. Dat was toen zo ongeveer de maximum dracht van het geschut.

Nu voegt de auteur er een derde punt aan toe. Brialmont, een uitstekend strateeg, verwachtte een aanval vanuit de richting Lier of Mechelen op Mortsel (Fort 4). Ook moest een aanval tegen de flanken kunnen gestopt worden (Forten 1 en 8). Flanken vormen nu eenmaal het zwakke punt bij een verdediging.

Brialmont vond het noodzakelijk om een fort te bouwen bij Mortsel, nabij het kruispunt van de Liersesteenweg met de toen reeds bestaande spoorweg. Fort 1 werd gepositioneerd aan de overstromingsgebieden van de Grote- en de Kleine Schijn. Fort 8 kwam aan de Schelde te liggen om vijandelijke schepen het gebruik van de stroom te ontzeggen.
De forten 1, 4 en 8 namen elk een sleutelpositie in. De andere forten dienden om deze drie forten door een gelijkmatig verlopende lijn te verbinden.

Fort 4 lag hierdoor maar op drie kilometer van de stad. Had Brialmont het fort duizend meter meer naar voor geschoven, dan waren er meer dan acht forten nodig om de gordel verdedigbaar te houden. De forten mochten immers maar twee kilometer van elkaar verwijderd liggen. Zo konden ze elkaar ondersteunen met hun vuurkracht.

Tot daar de stellingname van Mieke Nagels. Brialmont verwachtte dat Frankrijk de fortengordel zou belegeren. Het zwaartepunt van de aanval zou op Fort 4 komen te liggen. Maar om door te dringen tot in Antwerpen heeft een aanvaller een “veilige” doorgang nodig. Een ruimte waarin hij ongehinderd de doorgestoten troepen kan bevoorraden. Om dat te bereiken moet je minstens twee forten uitschakelen. En hier komt Fort 5 op de proppen.

Waarover Mieke Nagels niet spreekt, zijn de halve caponnières die de natte grachten van de forten 4 en 5 moeten verdedigen[ii]. Die zijn versterkt met een extra laag van 20 cm baksteen. Dat is uniek voor de beide kazematten. Ze komen op de andere forten niet voor. Ongetwijfeld dacht Brialmont dat, bij een aanval op Fort 4, de vijand zou trachten door te stoten in de ruimte tussen de forten 4 en 5. Om dat ongestraft te kunnen doen moest hij ook Fort 5 buiten gevecht stellen. In elk geval mogen we Fort 5 niet zomaar degraderen tot een fort van de tweede rang.

We nemen nu even het werk ter hand van de collega’s André Mens en André Van Elshocht[iii]. Ze beschrijven de val van Antwerpen in 1914.
Op 17 september 1914 bevonden de Duitsers zich rond Mechelen en begonnen aan hun tocht naar Antwerpen langs twee invalswegen. Route 1: via de N 1 door o.a. Walem en Kontich; route 2: via Lier en Duffel langs de Liersesteenweg. Beide wegen en beide legers kwamen samen in Mortsel.

Brialmont ontwierp zijn plannen in 1859. In 1914, dus maar eventjes 55 jaar later en 11 jaar na zijn dood, bleek zijn scenario nog altijd te kloppen. Het Duitse leger volgde dezelfde route die Brialmont had ingeschat bij het ontwerpen van onze fortengordel. Alleen bleken de forten in 1914 niet meer te voldoen aan de modernere oorlogsvoering. Maar dat was niet de fout van Brialmont.

Pierre Hens
3 augustus 2018


Bron afbeelding: Wikimedia

[i] Nagels Mieke, De Antwerpse Fortengordel – de Brialmontforten als onzichtbare potentie van de periferie, vakgroep Architectuur en Stedenbouw, Academiejaar 2011-2012.

[ii] De rechtse halve caponnière van Fort 4 en linkse halve caponnière van Fort 5.

[iii] Mens André, Van Elshocht André, Bezetten, vereren en fusilleren, Deel 1, p. 46.

Duitse duiven

Duiven en dood, het doet me steeds denken aan Toon Hermans, met zijn sketch over de auditie van een goochelaar: duif is dood.

Maar in 1914 waren de Duitse Duiven,  de “Tauben” echt wel de voorbode van de dood. Je moet maar eens komen luisteren naar de nocturnes in Fort 5 die ondertussen aan hun laatste seizoen zijn begonnen.

1914: De Duitsers rukken op naar Antwerpen. Fort 5 maakt zich klaar om de stad te beschermen. De situatie lijkt hopeloos. De Duitse troepen zijn al in Kontich. Een Taube werpt briefjes uit om iedereen aan te manen zich over te geven…

Toen ik het verhaal hoorde, vroeg ik me af waarom men “Taube” zei in plaats van “vliegtuig” of “Flugzueg”. Onderstaande beelden verklaren dit….

 

De Oostenrijkse Taube was onmiddellijk herkenbaar aan zijn vogelachtige vleugels. Het vliegtuig was afgeleid van het Etrich-Wels zweefvliegtuig uit 1907. Het werd gebouwd door Rumpler. Het werd gebruikt als verkenningsvliegtuig, maar was te traag voor een gevechtsvliegtuig.  Lees meermeer.

Wil je de sfeer van oktober 1914 ervaren? Ga mee op tocht met de historische gidsen van Erfgoed Edegem en laat je honderd jaar terugvoeren. Je beleeft het verhaal van Commandant André tijdens zijn laatste dagen in Fort 5, vlak voor de overgave van Antwerpen aan het Duitse leger.

Wanneer? Zaterdag 16 december 2017 om 20 uur
Waar? Fort 5, start aan de ingang Vestinglaan
Prijs? 5 euro
Tickets? www.edegem.be/tickets of aan de balie  gemeentehuis, Gemeenteplein 1, Edegem

Volgende nocturnes op zaterdag 20 januari, 17 februari en 17 maart 2018.