De eerste auto’s in Edegem

In 1895 komt toekomstig burgemeester Clément Segers in Edegem wonen. Hij is een moderne jongeman en is er vroeg bij als het over auto’s gaat: hij bezit de eerste auto in Edegem, met nummerplaat 55.

De eerste auto “Vincke”

In 1894 wordt in Mechelen, in een werkplaats voor treinen, de eerste auto uit België gemaakt: de Vincke. Het bedrijf werd in 1876 opgericht door Nicolas Vincke, die tot 1905 het hoofd boven water kan houden, daarna stopt de autoproductie.

De familie Segers in de “Vincke”.

We zien hier Clément met zijn echtgenote en twee kinderen, Louis (geboren februari 1896)  en Marie (geboren februari 1897).  Het zoontje Louis rechts de foto lijkt niet meer dan drie jaar oud, het dochtertje staat en is dus meer dan één jaar oud. De foto dateert dus van midden 1898 of anders van eind 1899, na de geboorte van zoon Clément in april 1899. Het model van de wagen kan dus een “Vincke Kaleshe” uit 1895 zijn, het lijkt enigszins op een “Vincke Victoria” uit 1898 maar dan met kleine voorwielen.

Dit is dus de eerste auto in Edegem. Volgens de “Annuaire Général de l’Automobilisme Belge” uit 1907 (uitgegeven door de verzekeraar Alfred Monet te Brussel) was de enige andere inwoner van Edegem met een auto de heer Paul de Puydt, scheikundig ingenieur, die in de Boerenlegerstraat 21 woonde, maar die heeft een nummerplaat 6877. (In 1907 is Segers al aan zijn vierde auto!)

Uittreksel uit Annuaire Général de l’Automobilisme Belge van 1907.

Op 10 oktober 1900 verkoopt Segers de wagen met nummerplaat 55. Op het bewijsje is vermeld dat het een “Vincke” is. Kennelijk blijft de nummerplaat op de wagen bij verkoop, maar is ze wel verbonden aan de persoon, want de koper neemt alle verantwoordelijkheid voor het gebruik van de nummerplaat op zich.

Auto 2 en 3: “de Dion-Bouton”

De “De Dion-Bouton vis-à-vis” na 1900

Een “de Dion-Bouton vis-à-vis” was de tweede wagen (stond zo achteraan deze foto geschreven). Op de foto van een uitstap naar Rijkevorsel met deze auto zit aan het stuur Clément Segers, naast hem zijn echtgenote en over hem Louis Hellemans, de gemeentesecretaris van Edegem. De vierde passagier is onbekend. Wellicht was Segers toen al burgemeester.

De “de Dion-Bouton” 3.5-HP vis-à-vis, ook genoemd “La Petite Voiture” was een kleine vier­persoonswagen, waarin twee passagiers met hun rug naar de rijrichting zaten, zoals in een koets. Deze Franse “voiturette” kwam in 1899 op de markt. In 1902 waren er al 2970 exemplaren van gebouwd. De auto had een eencilinder benzinemotor achterin met een tweeversnellingsbak en de gepatenteerde “de Dion” achteras met differentieel. In de eerste modellen type D werd de koppeling bediend door een wiel en werd er gestuurd met een hendel, zoals ook op de foto’s te zien is.

Een de Dion-Bouton met voorste zitjes in de rijrichting. Nummerplaat 3409 (Bron: Michel Segers)

Bovenstaande foto met Segers op de treeplank, is genomen tijdens een familieuitstap. De nummerplaten (grote aan de rechterzijde en een kleine aan de linkerzijde) zijn identiek aan die van de eerste foto. De nummerplaat draagt het nummer “3409”. Merkwaardig is echter dat de voorste passagiers in de rijrichting zitten.

De Dion-Bouton vis à vis nummerplaat 1732 (Bron: Michel Segers)

De derde foto met zulke wagen is genomen bij paters (op de achterzijde suggereert men te Westmalle). Deze wagen heeft een gesloten zetel aan de voorzijde, en heeft een nummerplaat “1732”. Waarschijnlijk had Segers twee “De Dion-Bouton” , aangezien de Germain als wagen vier bestempeld wordt.

Vierde auto “Germain”

De vierde wagen, “Germain” met Clément Segers en Fernand Verougstraten (bron: Michel Segers)

Bij deze foto staat op de achterzijde dat het de vierde wagen is. Het merk “Germain” is van Waalse oorsprong, en komt voort uit de “Société anonyme des ateliers Germain” te Monceau-sur-Sambre. Er werden zowel auto’s als spoorwegmateriaal gebouwd. Voor 1903 werkte men in licentie van Daimler en Panhard, daarna had men een eigen product.

Auto nummer 5: Hermes HISA

Rijbewijs dd. 9 juli 1910. (Bron: Michel Segers)

In 1910 is er een attest dat de nummerplaat 10373 toebehoort aan de heer Clément Segers. Hij woont dan in de “Contichsche straat 31” te Edegem. De familie bewaart nog een attest van april 1914 dat toont dat Segers autobelasting betaalde voor een Hermes H.I.S.A. uit 1908 met nummerplaat 10373, een donkerblauwe half-limousine met zes plaatsen en een viercilindermotor (diameter 100 mm, slaglengte 120 mm, dus een 3,77 liter motor, met maximum toerental van 1000 omwentelingen per minuut) met 20 pk vermogen. Daarvan is geen afbeelding. Als adres geeft hij op “Dorpstraat 26” te Edegem.

Bronnen

De eerste bron voor dit artikel is de heer Michel Segers, die de foto’s en documenten over zijn grootvader aan het Historisch Archief bezorgde. Verder bronnen:

Edegem, 13 juni 2022
Erik Laforce





De zaak Brunnabend (revisited)

De heer Brunnabend daagt de gemeente Edegem voor een Duitse rechtbank en eist met succes schadevergoeding wegens de plundering van zijn huis in de Patronaatstraat in 1914. Na de oorlog start de gemeente Edegem een rechtszaak om de betaalde sommen terug te vorderen. In de “Geschiedenis van Edegem” van professor R. Van Passen en in het eerste boek van A. Mens en A. Van Elshocht over de Eerste Wereldoorlog in Edegem [1] wordt over deze “zaak Brunnabend” geschreven, maar er bleven wat losse eindjes liggen.

Deze ”zaak” wordt hier kort hernomen en gesitueerd, het volledige artikel met alle details en referenties staat online bij het Historisch Archief van Erfgoed Edegem.

De familie Brunnabend in Antwerpen

In Antwerpen zijn in het begin van de twintigste eeuw vele Duitse inwoners, veelal middenklasse of hogere burgerij, dikwijls betrokken bij handel en horeca. Deze grote Duitse gemeenschap zal uit Antwerpen verdwijnen door de uitwijzing in 1918.

Vreemdelingenpolitie Antwerpen Klapper 1886-1900 A tot C

In 1894 komt een familie Brunnabend uit Barmen in Duitsland (nu is dit Wuppertal) naar Antwerpen (Sint-Jozefstraat) wonen. Vader Carl Wilhelm en echtgenote Lydia Beckman zijn renteniers, hun kinderen Karl, Arthur en Lydia zijn resp. 15, 13 en 10 jaar oud.

In 1900 trouwt zoon Karl met Elisabeth Maes uit Hove. Notaris Jan Eduard van Broeckhoven uit Mortsel is getuige. De familie Brunnabend woont dan in Mortsel, de vader is eigenaar van Villa Mathilde op de Mechelsesteenweg en van twee huizen op de hoek van de Statielei en Pieter Reypenslei. De moeder is al in 1896 in Barmen overleden. Karl heeft aan de verplichtingen van de militiewet voldaan (is uitgeloot).

Zoon Arthur is dienstplichtige van de klasse 1901. In 1902 trouwt dochter Lydia met de Duitser Franz Simon.

Gasthuisstraat of Patronaatstraat 1 (in rood)

In 1905 koopt vader Carl Wilhelm een huis in de Gasthuisstraat 1 (Patronaatstraat) te Edegem. Als hij in 1910 overlijdt, worden de eigendommen tussen de drie kinderen verdeeld.

Arthur in Edegem

In april 1911 verkopen Karl en Lydia hun erfdeel aan Arthur. Die wordt dan de eigenaar van het huis in de Patronaatstraat. Arthur trouwt op april 1911 in Vremde met de Duitse Hedwig TEPPER, dochter van de eigenaar van Hotel Westphalia op het Astridplein te Antwerpen. Zij komen in Edegem wonen.

De Eerste Wereldoorlog

Op 28 juli 1914 begint de Eerste Wereldoorlog. Op 4 augustus trekt het Duitse leger België binnen. De gouverneur van Antwerpen geeft op 6 augustus de gemeenten de opdracht alle inwoners met Duitse identiteit vóór middernacht uit de vesting Antwerpen te verwijderen. Het is echter niet zeker of de Brunnabend ’s nog de Duitse nationaliteit hebben op dat ogenblik: in 1914 zijn ze 10 jaar afwezig uit Duitsland. Bij de geboorteakten en huwelijksakten wordt nergens een nationaliteit vermeld. Zo hebben de echtgenote van Karl én zijn kinderen de Belgische nationaliteit, dus werd hij kennelijk bij zijn huwelijk niet als Duitser beschouwd.

Het gezin Brunnabend-Maes zal op 24 september 1914 in Woensdrecht (NL) belanden en emigreert daarna naar Amerika. Franz Simon woont dan al in Amerika, met achterlating van zijn echtgenote Lydia.

Spion Arthur

In Edegem wordt Arthur Brunnabend als spion opgepakt, zoals hij zelf in Barmen vertelt in november 1914 [2] (vertaald uit het Duits):

 Ik ben geboren op 20 december 1881 in Barmen en woon sinds 1894 in België. Sinds 3 jaar woon ik in Edegem bij Antwerpen en bezit daar in de Gasthuisstraat Nr. 1 een woning, namelijk 1 huis, bestaande uit 8 kamers, daaraan verbonden een remise en paardenstal. Ik had een vastgoedbedrijf in Edegem. Samen met mijn vrouw werd ik 8 dagen na het uitbreken van de oorlog als spion gearresteerd door de Gendarmerie. Ik mag niet klagen over de behandeling. Ik kende persoonlijk de burgemeester van Edegem en de rijkswachters. Misschien om deze reden werden we na één dag van arrestatie vrijgelaten. Ik keerde toen met mijn vrouw via Nederland terug naar Duitsland en kwam op 19 augustus in Barmen aan…

Ik ben niet ingeschreven in het register van het Duitse consulaat. Sinds 1894 bezoek ik Barmen elk jaar een paar dagen.[3] – Toen we in Edegem werden gearresteerd, hadden we geen tijd om iets mee te nemen; zelfs na onze vrijlating mochten we niet terugkeren naar onze woonst. Integendeel, we kregen de instructie om onmiddellijk naar Nederland te reizen.

Verder vertelt hij dat huis en meubelen achterliet en dat hij gezien heeft hoe er elders geplunderd werd. “Dus welke schade ik loop, kan ik voorlopig niet aangeven. Uit voorzorg meld ik de schade die ik zou moeten lijden.”

Veroordeling Edegem

Een tijd later wordt een zaak aangespannen bij een Duits “Schiedsgericht”, dat op 14 januari 1916 de gemeente veroordeelt tot een schadevergoeding van 8000 frank en 480 frank proceskosten. Theodoor Hellemans, procuratiedrager (eigenaar van Villa Hilda), en Gregoor Van Put, landbouwer, lenen resp. 5000 en 4000 frank aan de armlastige gemeente voor deze kosten.

Na WO1: sekwester Brunnabend.

In 1918 besluit de Belgische regering dat iedereen die ooit de Duitse nationaliteit had, als Duitser beschouwd zal worden, met als gevolg dat hun eigendommen onder sekwester worden geplaatst en zij het land moeten verlaten. De gemeente Edegem profiteert daarvan om de schadevergoeding en kosten terug te eisen. Eind 1918 betekent een deurwaarder (door een advertentie in “La Métropole”) het bevel aan Arthur Brunnabend om zich te melden bij het gerecht in Antwerpen. Hij laat ook beslag leggen op de woning en op de meubelen die bij schrijnwerker Torfs in bewaring zijn. In maart 1919 eist de gemeente de terugbetaling. De woning wordt in december 1919 openbaar verkocht voor 14950 frank. De koper is een bekende naam in Edegem: Raymond De Groodt, die in 1950 een geschiedenis van Edegem publiceert.  

Gazet van Antwerpen 14 december 1919

Slot

In 1921 vinden we in de gemeenterekening van Edegem de vermelding “9000 frank teruggaaf boet Brunabend”. Dus Edegem heeft het gehaald.

Van Arthur Brunnabend-Tepper is geen spoor te vinden na 1918.
Broer Karl, in de VSA gekend als “Charles” zal in Montana en later in Washington DC wonen, waar hij in 1959 overlijdt. Zuster Lydia komt in 1928 in de VSA aan, zij woont ook in Washington DC en overlijdt in Maryland in 1972.

Referenties en bronnen

[1] André Mens & André van Elshocht. Bezetten, vereren en fusilleren. Deel 1: Edegem en de Groote Oorlog. Edegem 2016. Pagina 14 en bijlage 3.
[2]  Stadtarchiv Wuppertal. Zentrum für Stadtgeschichte und Industriekultur. “U 001 Schadenersatzansprüche Geflüchteter aus Belgien, Frankreich, England, Russland und Ostpreußen durch den Ersten Weltkrieg und Nachforschungen nach Vermissten (1914-1918)”.
[3] Op die manier geeft hij aan dat hij nog steeds de Duitse nationaliteit heeft gehouden.


Edegem, 10 februari 2022
Erik Laforce

De burgemeester van Edegem was een molenaar uit Kontich.

In 1874 kocht de landbouwer Carolus Schoesetters-Van Reeth, de “Vrijselmolen of Kontichse molen”. De molen stond waar nu n.v. Groeninghe is (Groeningelei 31). Bij zijn overlijden in 1902 liet hij deze molen na aan zijn weduwe en kinderen Alfons (1865), August (1867), Ludovicus (1870) en Elisabeth (1874).

De oudste zoon Alfons Pieter SCHOESETTERS (°Kontich, 14 januari 1865)  – onderwerp van deze blog-  was ook molenaar. Op 20 maart 1897 had hij de “Lijsterbolmolen” uit 1816 gekocht. Die stond waar nu de parking is van de Carrefour-market aan de Mechelsesteenweg 204 in Kontich.  Een maand later is de 32-jarige molenaar Alfons  in Edegem gehuwd met de even oude Maria Elisabeth HELLEMANS uit Edegem.

molen alfons
De Lijsterbolmolen

Alfons had zich wellicht laten uitkopen voor zijn deel van de Vrijselmolen, zijn broer August was daar de molenaar. (Op de postkaart bovenaan staat “moulin Aug. Schoesetters”). Hij zelf verkocht de Lijsterbolmolen op 22 augustus 1904. (De molen sneuvelde op 29 september 1914.)

portret schoesetters uit van passen
Alfons Schoesetters

In 1904 – hij was toen 39- vestigde deze molenaar zich  in de Boerenlegerstraat in Edegem. In 1913 kocht hij van de weduwe Gevers-Truyaerts een stuk grond aan de Dorpsstraat (sectie A 134g, nu Strijdersstraat) en liet er een huis op bouwen. Hij had toen geen beroep. Hij had in september 1914 wel een tweede verblijf in Antwerpen, Fransenstraat 26, wellicht voor een vlucht naar de stad bij de Duitse inval.

huis_schoesetters

Huis van Schoesetters in de Strijdersstraat (rode gevel)

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 in Edegem werd Alfons Schoesetters verkozen op de lijst van “Oud Edegem” alias “Tata”. Deze lijst was conservatief katholiek tot liberaal.  Schoesetters werd eerste schepen en waarnemend burgemeester op 14 juli 1921. Pas na veel druk aanvaarde hij op 16 november om burgemeester te worden. De benoeming werd op 18 december 1921 in het staatsblad gepubliceerd.

Bij zijn inhuldiging in januari 1922 kregen de schoolkinderen in Edegem twee dagen vrijaf. Er was een plechtige stoet met 51 groepen, de fanfare én de harmonie, maar ook  de liberale harmonie van Kontich was aanwezig: Schoesetters kwam van Kontich en werd in 1912 al de “liberale kandidaat” voor de verkiezingen in Edegem genoemd.

Hij was ook voorzitter van de Fanfare Sint-Rosalia, maar door tegenwerking van bestuursleden van de fanfare bij de benoeming van een gemeentesecretaris, nam hij op tweede kerstdag 1925 ontslag als voorzitter.

In oktober 1926 wonnen “de Verenigde Katholieken” alias “Tutu” de verkiezingen. Daarmee was Schoesetters burgemeester af. Hij bleef wel mee in de leiding van de partij “Oud Edegem” tot in 1932, toen hij 67 was.

Alfons Schoesetters overleed op 10 maart 1945.

Erik Laforce, september 2018

Bronnen:

  • R. Van Passen, Geschiedenis van Edegem, Edegem, 1974.
  • F. Ringoot & L. Denewet (Red.), Molenecho’s – Verdwenen Belgische Molens.  Database van Verdwenen Molens in België (URL: http://www.molenechos.org/ )
  • NN., Mutatieschetsen van het kadaster 1913, FOD Financiën, Patrimonium­documentatie, Administratie Opmetingen en Waarderingen, Centrum Mutaties en Waarderingen Antwerpen, Italiëlei 4.
  • Rijksarchief Antwerpen,  Hedendaags Gemeente Archief Edegem. Leggers van het kadaster. Deel 2. Inventarisnummer P036-58
  • Fr. Hellemans, Een oude molen, een nieuwe straatnaam: VRIJSEL. Informatieblad van de gemeente Kontich, januari 2016.