De burgemeester van Edegem was een molenaar uit Kontich.

In 1874 kocht de landbouwer Carolus Schoesetters-Van Reeth, de “Vrijselmolen of Kontichse molen”. De molen stond waar nu n.v. Groeninghe is (Groeningelei 31). Bij zijn overlijden in 1902 liet hij deze molen na aan zijn weduwe en kinderen Alfons (1865), August (1867), Ludovicus (1870) en Elisabeth (1874).

De oudste zoon Alfons Pieter SCHOESETTERS (°Kontich, 14 januari 1865)  – onderwerp van deze blog-  was ook molenaar. Op 20 maart 1897 had hij de “Lijsterbolmolen” uit 1816 gekocht. Die stond waar nu de parking is van de Carrefour-market aan de Mechelsesteenweg 204 in Kontich.  Een maand later is de 32-jarige molenaar Alfons  in Edegem gehuwd met de even oude Maria Elisabeth HELLEMANS uit Edegem.

molen alfons
De Lijsterbolmolen

Alfons had zich wellicht laten uitkopen voor zijn deel van de Vrijselmolen, zijn broer August was daar de molenaar. (Op de postkaart bovenaan staat “moulin Aug. Schoesetters”). Hij zelf verkocht de Lijsterbolmolen op 22 augustus 1904. (De molen sneuvelde op 29 september 1914.)

portret schoesetters uit van passen
Alfons Schoesetters

In 1904 – hij was toen 39- vestigde deze molenaar zich  in de Boerenlegerstraat in Edegem. In 1913 kocht hij van de weduwe Gevers-Truyaerts een stuk grond aan de Dorpsstraat (sectie A 134g, nu Strijdersstraat) en liet er een huis op bouwen. Hij had toen geen beroep. Hij had in september 1914 wel een tweede verblijf in Antwerpen, Fransenstraat 26, wellicht voor een vlucht naar de stad bij de Duitse inval.

huis_schoesetters

Huis van Schoesetters in de Strijdersstraat (rode gevel)

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 in Edegem werd Alfons Schoesetters verkozen op de lijst van “Oud Edegem” alias “Tata”. Deze lijst was conservatief katholiek tot liberaal.  Schoesetters werd eerste schepen en waarnemend burgemeester op 14 juli 1921. Pas na veel druk aanvaarde hij op 16 november om burgemeester te worden. De benoeming werd op 18 december 1921 in het staatsblad gepubliceerd.

Bij zijn inhuldiging in januari 1922 kregen de schoolkinderen in Edegem twee dagen vrijaf. Er was een plechtige stoet met 51 groepen, de fanfare én de harmonie, maar ook  de liberale harmonie van Kontich was aanwezig: Schoesetters kwam van Kontich en werd in 1912 al de “liberale kandidaat” voor de verkiezingen in Edegem genoemd.

Hij was ook voorzitter van de Fanfare Sint-Rosalia, maar door tegenwerking van bestuursleden van de fanfare bij de benoeming van een gemeentesecretaris, nam hij op tweede kerstdag 1925 ontslag als voorzitter.

In oktober 1926 wonnen “de Verenigde Katholieken” alias “Tutu” de verkiezingen. Daarmee was Schoesetters burgemeester af. Hij bleef wel mee in de leiding van de partij “Oud Edegem” tot in 1932, toen hij 67 was.

Alfons Schoesetters overleed op 10 maart 1945.

Erik Laforce, september 2018

Bronnen:

  • R. Van Passen, Geschiedenis van Edegem, Edegem, 1974.
  • F. Ringoot & L. Denewet (Red.), Molenecho’s – Verdwenen Belgische Molens.  Database van Verdwenen Molens in België (URL: http://www.molenechos.org/ )
  • NN., Mutatieschetsen van het kadaster 1913, FOD Financiën, Patrimonium­documentatie, Administratie Opmetingen en Waarderingen, Centrum Mutaties en Waarderingen Antwerpen, Italiëlei 4.
  • Rijksarchief Antwerpen,  Hedendaags Gemeente Archief Edegem. Leggers van het kadaster. Deel 2. Inventarisnummer P036-58
  • Fr. Hellemans, Een oude molen, een nieuwe straatnaam: VRIJSEL. Informatieblad van de gemeente Kontich, januari 2016.

Ode aan Brialmont

In haar masterproef[i] over de Antwerpse fortengordel gaf Mieke Nagels ons enig inzicht over de manier waarop Brialmont de fortengordel ontwierp. Wat zij schreef over de historiek en de strategie die eraan te pas kwam, was mij al bekend. Toch waren er enkele nieuwe inzichten die ook interessant zijn voor de Historische Gidsen van Erfgoed Edegem. Ik tracht hiermee te bewijzen dat Brialmont een strateeg was met een visie op de toekomst.

Even ter herinnering. Het doel van de fortengordel was tweeërlei. (1) Antwerpen moest een bolwerk worden tegen de Franse agressie. Een bolwerk dat een belegering kon doorstaan tot er (buitenlandse) hulp kwam opdagen. (2) Om de stad te vrijwaren van vijandelijk geschut, moest de buitenste verdedigingslinie minstens vier kilometer van de stad verwijderd liggen. Dat was toen zo ongeveer de maximum dracht van het geschut.

Nu voegt de auteur er een derde punt aan toe. Brialmont, een uitstekend strateeg, verwachtte een aanval vanuit de richting Lier of Mechelen op Mortsel (Fort 4). Ook moest een aanval tegen de flanken kunnen gestopt worden (Forten 1 en 8). Flanken vormen nu eenmaal het zwakke punt bij een verdediging.

Brialmont vond het noodzakelijk om een fort te bouwen bij Mortsel, nabij het kruispunt van de Liersesteenweg met de toen reeds bestaande spoorweg. Fort 1 werd gepositioneerd aan de overstromingsgebieden van de Grote- en de Kleine Schijn. Fort 8 kwam aan de Schelde te liggen om vijandelijke schepen het gebruik van de stroom te ontzeggen.
De forten 1, 4 en 8 namen elk een sleutelpositie in. De andere forten dienden om deze drie forten door een gelijkmatig verlopende lijn te verbinden.

Fort 4 lag hierdoor maar op drie kilometer van de stad. Had Brialmont het fort duizend meter meer naar voor geschoven, dan waren er meer dan acht forten nodig om de gordel verdedigbaar te houden. De forten mochten immers maar twee kilometer van elkaar verwijderd liggen. Zo konden ze elkaar ondersteunen met hun vuurkracht.

Tot daar de stellingname van Mieke Nagels. Brialmont verwachtte dat Frankrijk de fortengordel zou belegeren. Het zwaartepunt van de aanval zou op Fort 4 komen te liggen. Maar om door te dringen tot in Antwerpen heeft een aanvaller een “veilige” doorgang nodig. Een ruimte waarin hij ongehinderd de doorgestoten troepen kan bevoorraden. Om dat te bereiken moet je minstens twee forten uitschakelen. En hier komt Fort 5 op de proppen.

Waarover Mieke Nagels niet spreekt, zijn de halve caponnières die de natte grachten van de forten 4 en 5 moeten verdedigen[ii]. Die zijn versterkt met een extra laag van 20 cm baksteen. Dat is uniek voor de beide kazematten. Ze komen op de andere forten niet voor. Ongetwijfeld dacht Brialmont dat, bij een aanval op Fort 4, de vijand zou trachten door te stoten in de ruimte tussen de forten 4 en 5. Om dat ongestraft te kunnen doen moest hij ook Fort 5 buiten gevecht stellen. In elk geval mogen we Fort 5 niet zomaar degraderen tot een fort van de tweede rang.

We nemen nu even het werk ter hand van de collega’s André Mens en André Van Elshocht[iii]. Ze beschrijven de val van Antwerpen in 1914.
Op 17 september 1914 bevonden de Duitsers zich rond Mechelen en begonnen aan hun tocht naar Antwerpen langs twee invalswegen. Route 1: via de N 1 door o.a. Walem en Kontich; route 2: via Lier en Duffel langs de Liersesteenweg. Beide wegen en beide legers kwamen samen in Mortsel.

Brialmont ontwierp zijn plannen in 1859. In 1914, dus maar eventjes 55 jaar later en 11 jaar na zijn dood, bleek zijn scenario nog altijd te kloppen. Het Duitse leger volgde dezelfde route die Brialmont had ingeschat bij het ontwerpen van onze fortengordel. Alleen bleken de forten in 1914 niet meer te voldoen aan de modernere oorlogsvoering. Maar dat was niet de fout van Brialmont.

Pierre Hens
3 augustus 2018


Bron afbeelding: Wikimedia

[i] Nagels Mieke, De Antwerpse Fortengordel – de Brialmontforten als onzichtbare potentie van de periferie, vakgroep Architectuur en Stedenbouw, Academiejaar 2011-2012.

[ii] De rechtse halve caponnière van Fort 4 en linkse halve caponnière van Fort 5.

[iii] Mens André, Van Elshocht André, Bezetten, vereren en fusilleren, Deel 1, p. 46.

In 1910 had Edegem maar 34 straten…

In een brief aan de “Studiecommissie der Antwerpsche Agglomeratie” van 15 juli 1910 geeft het gemeentebestuur van Edegem de lijst met de namen van alle  straten, pleinen en gangen die er in de gemeente zijn.
Edegem had in 1910 amper 34 straten en paden, in 2017 zijn dat er 192.
Sommige straten zijn verdwenen, andere kregen een nieuwe naam nà WO I en een nieuwe spelling tijdens WO II.  Hieronder het lijstje van 1910 (aangevuld met commentaar).

  1. Aertselaersche voetweg (na 16-8-1941 Aartselaarstraat, doorsneden door E19, eerste deel valt samen met begin van de Willem Herreynstraat)
  2. Bessemstraat (na 1931 Vrijwilligersstraat)
  3. Boerenlegerstraat
  4. Boniverlei-Noord (na 16-8-1941 Boniverlei)
  5. Boniverlei-Zuid (na 16-8-1941 Boniverlei)
  6. Buysegemweg (Op een plan van 1933 (buurtweg 32) is een straat met deze naam gelegen waar nu de Jan Verbertlei en de Oud-Kerkhoflaan liggen)
  7. Contichse binnenweg (vanaf 1930 Onafhankelijkheidstraat)
  8. Contichschestraat (vanaf 1941 Kontichstraat)
  9. Doelveldstraat
  10. Doornstraat
  11. Dorpsstraat (vanaf 1919 Generaal Fochstraat, vanaf 1921 Strijdersstraat)
  12. Florent Geverstraat (verkaveling in 1904)
  13. Fortstraat (vanaf 1921 Fort 5 straat; op een plan van 1933 staat deze straatnaam ook bij wat nu de Rombout Keldermansstraat is.)
  14. Gasthuisstraat (vanaf 1919 Patronaatstraat)
  15. Hoveschestraat (vanaf 1941 Hovestraat)
  16. Kapelstraat (vanaf 1919 Trooststraat)
  17. Koning-Albertlei
  18. Laureysstraat
  19. Leeuwerikstraat (dit was in 1910 de naam van de Heldenstraat, de Leeuwerikenlei dateert van 1916)
  20. Loozengaanweg (later Loze Gaanweg)
  21. Mechelschesteenweg
  22. Molenstraat (vanaf 1919 Drie Eikenstraat)
  23. Mortselvoetweg (na 1941 Mortselstraat)
  24. Musschenborgstraat (Mussenburglei)
  25. Oude Baan
  26. Oude-Godstraat
  27. Oud Steengelaag (wellicht gelegen aan de steenbakkerij in de Wilsonwijk, de Wilrijkstraat is immers apart vermeld.)
  28. Peetersstraat (was de in 1967 afgeschafte buurtweg nummer 25, tussen de Ter Elststraat en de Boerenlegerstraat, zou in 2017 over de parking van de sporthal lopen, zie afbeelding bovenaan).
  1. Putstraat (op 14-12-1927 omgedoopt tot Herfstlei)
  2. Terelststraat
  3. Terlindenstraat (vanaf 1941 Terlindenlaan)
  4. Verbindingsstraat (op enkele oudere plans “Vereenigingsstraat”)
  5. Verbouwdehoevenstraat
  6. Wilrijkschestraat (vanaf 1941 Wilrijkstraat)

 

Bron:

  • Archief Gemeente Edegem, Briefwisseling 1903-1916. Brief jaar 1910 nummer 1244.
  • Van Passen, R. , Geschiedenis van de Edegemse straatnamen. Naamkunde. Jaargang 12. Instituut voor Naamkunde, Leuven / Commissie voor Naamkunde en Nederzettingsgeschiedenis, Amsterdam 1980. Gelezen in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) op http://www.dbnl.org/tekst/_naa002198001_01/_naa002198001_01_0001.php#1.
  • Geoloket van de Provincie Antwerpen. Buurt- en voetwegen.

 

Duitse duiven

Duiven en dood, het doet me steeds denken aan Toon Hermans, met zijn sketch over de auditie van een goochelaar: duif is dood.

Maar in 1914 waren de Duitse Duiven,  de “Tauben” echt wel de voorbode van de dood. Je moet maar eens komen luisteren naar de nocturnes in Fort 5 die ondertussen aan hun laatste seizoen zijn begonnen.

1914: De Duitsers rukken op naar Antwerpen. Fort 5 maakt zich klaar om de stad te beschermen. De situatie lijkt hopeloos. De Duitse troepen zijn al in Kontich. Een Taube werpt briefjes uit om iedereen aan te manen zich over te geven…

Toen ik het verhaal hoorde, vroeg ik me af waarom men “Taube” zei in plaats van “vliegtuig” of “Flugzueg”. Onderstaande beelden verklaren dit….

 

De Oostenrijkse Taube was onmiddellijk herkenbaar aan zijn vogelachtige vleugels. Het vliegtuig was afgeleid van het Etrich-Wels zweefvliegtuig uit 1907. Het werd gebouwd door Rumpler. Het werd gebruikt als verkenningsvliegtuig, maar was te traag voor een gevechtsvliegtuig.  Lees meermeer.

Wil je de sfeer van oktober 1914 ervaren? Ga mee op tocht met de historische gidsen van Erfgoed Edegem en laat je honderd jaar terugvoeren. Je beleeft het verhaal van Commandant André tijdens zijn laatste dagen in Fort 5, vlak voor de overgave van Antwerpen aan het Duitse leger.

Wanneer? Zaterdag 16 december 2017 om 20 uur
Waar? Fort 5, start aan de ingang Vestinglaan
Prijs? 5 euro
Tickets? www.edegem.be/tickets of aan de balie  gemeentehuis, Gemeenteplein 1, Edegem

Volgende nocturnes op zaterdag 20 januari, 17 februari en 17 maart 2018.

De boterhonden van Mussenburg

Op 1 februari 1873 verscheen er een advertentie in Het Handelsblad over de hout- en meubelkoopdagen door notaris Geerts te Bouchout. Op 11 en 12 februari zouden voor de eerzame Cornelius VANAELST en kinderen op Mussenburg (Edegem) verkocht worden: meubelen, gereedschappen, karren, veel graan, stro, hout en aardappels en ook 7 melkkoeien, 4 runderen, 2 stieren, 1 varken, 4 werkpaarden en 3 boterhonden.

Wat is in hemelsnaam een boterhond?   Even Googelen bracht ons naar de erfgoedwebsite van Het Virtuele Land, waar dit uitvoerig wordt toegelicht.

In de 19de eeuw werd op de kleinere boerderijen elke dag de melk gekarnd om er boter uit te winnen. Karnen is een langdurige mechanisme bewerking van melk die het vetbolletjes in de melk tot boter doet samenklonteren. Dat was zwaar werk voor de boerin, die met de hand toch een uur moet “stoten” met een stamper.

Een boterhond is een hond die in een tredmolen loopt, waardoor de tredmolen draait, die een as aandrijft die via een krukas stampers op en neer beweegt in een karnton, en zo van melk boter en karnemelk maakte.